Spring naar inhoud

Toelichting balans

ACTIVA

Vaste activa

1. Vastgoedbeleggingen

DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

(bedragen x € 1.000,-)
  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
  2025 2024 2025 2024
 
Boekwaarde per 1 januari        
Verkrijgingsprijzen 1.401.086 1.308.837 11.990 14.040
Cumulatieve herwaardering 1.482.068 1.268.854 11.637 9.118
Boekwaarde per 1 januari 2.883.154 2.577.691 23.627 23.158
         
Mutaties        
Opleveringen vanuit activa in ontwikkeling 20.157 45.360 0 0
Aankopen 1.408 240 0 621
Investeringen 15.038 32.184 15 108
Desinvesteringen - verkoop 0 -230 0 0
Desinvesteringen - sloop -1.344 -5.006 0 -140
Herwaarderingen 97.558 222.210 284 1.501
Terugneming van waardeverminderingen 12.324 9.084 0 0
Herclassificaties 888 1.621 -888 -1.621
Totaal mutaties 146.029 305.463 -589 469
         
Boekwaarde per 31 december        
Verkrijgingsprijzen 1.450.323 1.401.086 11.716 11.990
Cumulatieve herwaarderingen 1.578.861 1.482.068 11.322 11.637
Boekwaarde per 31 december 3.029.184 2.883.154 23.038 23.627

Uitgangspunten marktwaarde

(bedragen x € 1.000,-)
  2025 2024 Waarderings- variant  
     
Eengezinswoningen 1.676.382 1.598.049 full-versie  
Meergezinswoningen 1.316.765 1.251.451 full-versie  
Studenteneenheden 18.620 17.406 full-versie  
Bedrijfsmatig onroerend goed 2.018 2.517 full-versie  
Maatschappelijk onroerend goed 4.048 3.807 full-versie  
Zorgvastgoed (intramuraal) 23.492 22.651 full-versie  
Parkeervoorzieningen 10.895 10.900 full-versie  
Totaal 3.052.222 2.906.781    

In 2025 is de marktwaarde van het bezit met ca.€ 145 miljoen gestegen van € 2,91 miljard naar € 3,05 miljard. Dit betreft procentuele stijging van 5%. Dit is te verklaren door de krapte op de huizenmarkt zowel voor koop als huur waardoor leegwaardes en markthuren fors zijn toegenomen in 2025.

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en of schattingen (full variant). Het handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario. Het scenario met de hoogte waarde na vaststelling van alle parameters is hierbij de basis voor de marktwaarde.

Bij het doorexploiteerscenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro-economische parameters. Deze parameters zijn niet wezenlijk gewijzigt ten opzichte van voorgaand jaar. Wel zien we dat de langjarige inflatie van de loon en bouwkosten nog langere tijd hoger zal liggen. De toegenomen risicoperceptie vertaald zich in een hogere disconterinsvoet.

Parameters woongelegenheden 2025

  2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
Prijsinflatie  3,20% 2,60% 2,20% 2,20% 2,20% 2,00%
Looninflatie  4,90% 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50%
Bouwkostenstijging  4,50% 4,20% 3,30% 3,30% 3,30% 2,50%
Leegwaardestijging - COROP Noord-Friesland 2,80% 4,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging - COROP Zuidwest-Friesland 3,70% 4,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging - COROP Zuidoost-Friesland 4,20% 4,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ EGW   € 1.110   € 1.110   € 1.110   € 1.110   € 1.110   € 1.110 
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ MGW   € 1.308   € 1.308   € 1.308   € 1.308   € 1.308   € 1.308 
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid   € 1.126   € 1.126   € 1.126   € 1.126   € 1.126   € 1.126 
Beheerkosten per vhe ‒ EGW   € 569   € 569   € 569   € 569   € 569   € 569 
Beheerkosten per vhe ‒ MGW   € 558   € 558   € 558   € 558   € 558   € 558 
Beheerkosten per vhe ‒ Studenteneenheid   € 526   € 526   € 526   € 526   € 526   € 526 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ)  0,11% 0,11% 0,11% 0,11% 0,11% 0,11%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ zelfstandige eenheden   0,00% 0,43% 0,50% 0,81% 0,74% 0,66%
Huurderving (% van de huursom)  1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren  8,70% 8,70% 8,70% 8,70% 8,70% 8,70%
Mutatiekans bij uitponden  6,30% 6,30% 6,30% 6,30% 6,30% 6,30%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde)  1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Disconteringsvoet:  7,94% 7,94% 7,94% 7,94% 7,94% 7,94%

Parameters woongelegenheden 2024

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Prijsinflatie  3,60% 3,20% 2,70% 2,00% 2,00% 2,00%
Looninflatie  6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50%
Bouwkostenstijging  6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50%
Leegwaardestijging - COROP Noord-Friesland 6,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging - COROP Zuidwest-Friesland 9,30% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging - COROP Zuidoost-Friesland 8,70% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ EGW   € 1.083   € 1.083   € 1.083   € 1.083   € 1.083   € 1.083 
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ MGW   € 1.293   € 1.293   € 1.293   € 1.293   € 1.293   € 1.293 
Instandhoudingsonderhoud per vhe ‒ Studenteneenheid   € 930   € 930   € 930   € 930   € 930   € 930 
Beheerkosten per vhe ‒ EGW   € 542   € 542   € 542   € 542   € 542   € 542 
Beheerkosten per vhe ‒ MGW   € 532   € 532   € 532   € 532   € 532   € 532 
Beheerkosten per vhe ‒ Studenteneenheid   € 502   € 502   € 502   € 502   € 502   € 502 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ)  0,11% 0,11% 0,11% 0,11% 0,11% 0,11%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07% 0,07%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar ‒ zelfstandige eenheden   0,00% 0,00% 0,50% 0,50% 0,50% 0,50%
Huurderving (% van de huursom)  1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren  8,84% 8,84% 8,84% 8,84% 8,84% 8,84%
Mutatiekans bij uitponden  6,31% 6,31% 6,31% 6,31% 6,31% 6,31%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde)  1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Disconteringsvoet:  7,80% 7,80% 7,80% 7,80% 7,80% 7,80%

Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 2025

  2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo – BOG   € 5,80   € 5,80   € 5,80   € 5,80   € 5,80   € 5,80 
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo – MOG   € 6,95   € 6,95   € 6,95   € 6,95   € 6,95   € 6,95 
Mutatieonderhoud per m2 bvo – BOG   € 9,70   € 9,70   € 9,70   € 9,70   € 9,70   € 9,70 
Mutatieonderhoud per m2 bvo – MOG   € 11,74   € 11,74   € 11,74   € 11,74   € 11,74   € 11,74 
Beheerkosten % van de markthuur ‒ BOG  3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Beheerkosten % van de markthuur ‒ MOG  2,03% 2,03% 2,03% 2,03% 2,03% 2,03%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ)  0,38% 0,38% 0,38% 0,38% 0,38% 0,38%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet:  6,28% 6,28% 6,28% 6,28% 6,28% 6,28%

Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 2024

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo – BOG   € 5,80   € 5,80   € 5,80   € 5,80   € 5,80   € 5,80 
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo – MOG   € 6,97   € 6,97   € 6,97   € 6,97   € 6,97   € 6,97 
Mutatieonderhoud per m2 bvo – BOG   € 9,70   € 9,70   € 9,70   € 9,70   € 9,70   € 9,70 
Mutatieonderhoud per m2 bvo – MOG   € 11,74   € 11,74   € 11,74   € 11,74   € 11,74   € 11,74 
Beheerkosten % van de markthuur ‒ BOG  3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Beheerkosten % van de markthuur ‒ MOG  2,03% 2,03% 2,03% 2,03% 2,03% 2,03%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ)  0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet:  6,18% 6,18% 6,18% 6,18% 6,18% 6,18%

Parameters intramuraal zorgvastgoed 2025

  2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
Instandhoudingsonderhoud ‒ € XX per m2 bvo   € 9,30   € 9,30   € 9,30   € 9,30   € 9,30   € 9,30 
Mutatieonderhoud ‒ € XX per m2 bvo   € 11,80   € 11,80   € 11,80   € 11,80   € 11,80   € 11,80 
Beheerkosten  2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35%
Disconteringsvoet:  6,44% 6,44% 6,44% 6,44% 6,44% 6,44%

Parameters intramuraal zorgvastgoed 2024

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Instandhoudingsonderhoud ‒ € XX per m2 bvo   € 9,30   € 9,30   € 9,30   € 9,30   € 9,30   € 9,30 
Mutatieonderhoud ‒ € XX per m2 bvo   € 11,80   € 11,80   € 11,80   € 11,80   € 11,80   € 11,80 
Beheerkosten  2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35% 0,35%
Disconteringsvoet:  6,05% 6,05% 6,05% 6,05% 6,05% 6,05%

Parameters parkeerplaatsen 2025

  2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
Instandhoudingsonderhoud ‒ parkeerplaats   € 48   € 48   € 48   € 48   € 48   € 48 
Instandhoudingsonderhoud ‒ garagebox   € 130   € 130   € 130   € 130   € 130   € 130 
Beheerkosten ‒ parkeerplaats   € 35   € 35   € 35   € 35   € 35   € 35 
Beheerkosten ‒ garagebox   € 49   € 49   € 49   € 49   € 49   € 49 
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17%
Disconteringsvoet:  7,02% 7,02% 7,02% 7,02% 7,02% 7,02%

Parameters parkeerplaatsen 2024

  2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Instandhoudingsonderhoud ‒ parkeerplaats   € 46   € 46   € 46   € 46   € 46   € 46 
Instandhoudingsonderhoud ‒ garagebox   € 126   € 126   € 126   € 126   € 126   € 126 
Beheerkosten ‒ parkeerplaats   € 34   € 34   € 34   € 34   € 34   € 34 
Beheerkosten ‒ garagebox   € 46   € 46   € 46   € 46   € 46   € 46 
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ)  0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17% 0,17%
Disconteringsvoet:  7,15% 7,15% 7,15% 7,15% 7,15% 7,15%
Inschakeling taxateur

Jaarlijks wordt 1/3e deel van de onroerende zaken in exploitatie getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat alle onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar wordt voorzien van een Full taxatie. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant, zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van WoonFriesland en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit Woningcorporaties. WoonFriesland maakt daarbij gebruik van twee verschillende externe taxatiebureau's, namelijk Cushman & Wakefield en Dansen van der Vegt. Voor het overige 2/3e deel van de onroerende zaken in exploitatie wordt door WoonFriesland een interne taxatie uitgevoerd.

Toepassing vrijheidsgraden

WoonFriesland past voor haar vastgoedbezit de full versie van het Handboek Modelmatig Waarderen Marktwaarde toe. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht in de marktwaardering. WoonFriesland past de best practices toe, zoals deze in samenspraak met collega corporaties en taxateurs is vastgesteld en door ValueMetrics is uitgewerkt.

De hierna genoemde gebruikte vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant, namelijk:
- Markthuur(stijging)
- Leegwaarde(stijging)
- Exit yield
- Disconteringsvoet
- Mutatie- en verkoopkans

Schematische vrijheid

Voor met name de niet-woningwaarderingen kan gebruik gemaakt worden van schematische vrijheden. Dit houdt in dat er bij de marktwaardering afwijkingen in kasstromen doorgevoerd kunnen worden.

Er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de wederverhuurtijd na afloop van het huurcontract aan te passen. Een aantal panden staat momenteel leeg en het is niet reëel te veronderstellen dat deze binnen 6 maanden verhuurd gaan worden. Voor andere panden geldt dat deze qua locatie, gebruik of uitstraling naar verwachting een langere wederverhuurtijd hebben. In dergelijke gevallen is een reële wederverhuurtijd ingevoerd.

Markthuur(stijging)

De markthuur is volgens het Handboek de (kale) huurprijs per maand van een verhuureenheid die kan worden gerealiseerd, uitgaande van optimale marketing en verhuur. Wanneer een woning in het exploitatiescenario muteert, dan stijgt de huursom automatisch naar de markthuur, tenzij deze beklemd wordt door de maximaal redelijke huur (op basis van de WWS-punten). In het uitpondscenario geldt dit eveneens voor de jaren waarin de woning wegens wettelijke verkooprestricties niet verkocht mag worden. Dit betreft de eerste zeven jaar in van het DCF-uitpondmodel. Ook is de markthuur in dit scenario relevant wanneer het vastgestelde uitpondpercentage lager is dan het mutatiepercentage (zie de paragraaf mutatiegraad). Het deel woningen dat muteert maar niet verkocht wordt, wordt verhuurd volgens de regels in het exploitatiescenario.

De markthuur bij BOG/MOG, parkeren en intramuraal vastgoed wordt in overleg met de taxateur bepaald.

De markthuur van de woningen wordt bepaald door een percentage te nemen van de leegwaarde. Dit percentage kan worden ingevoerd in Reaturn TM op ieder niveau en is onderverdeeld in een- of meergezinswoningen en in verschillende grootte- en leegwaarde klassen. De markthuurtabel is onderdeel van de generieke parameters en wordt in overleg met de externe taxateurs aan het begin van de waarderingsronde vastgesteld. Tijdens de waarderingsronde wordt per complex bepaald of de markthuur uit de tabel in lijn is met de markthuur zoals de taxateurs zien voor het specifieke complex. Indien de markt daarvoor aanleiding geeft wordt de markthuur per complex aangepast.

De markthuurstijging is gekoppeld aan de prijsinflatie zoals deze in het handboek is voorgeschreven.

Exit yield

Bij de marktwaarde waarderingen van de woning- en parkeercomplexen is in beperkte mate gebruik gemaakt van deze vrijheidsgraad. Zodoende blijven de rekenkundige effecten van deze aanpassingen bij de verwerking van de marktwaarde naar de beleidswaarde beperkt.

Bij de BOG/MOG waarderingen wordt gekeken naar de 'highest and best use' en wordt de alternatieve aanwendbaarheid van deze complexen doorgerekend door de taxateur. Hierbij zijn in bepaalde gevallen aanpassingen gemaakt in de Exit Yield. De taxateur kan deze aanpassingen onderbouwen op basis van marktreferenties.

Leegwaarde(stijging)

De leegwaarde van een woning is volgens het Handboek de geschatte verkoopprijs op basis van de kosten koper, vrij van huur en overige lasten. In het uitpondscenario is dit de waarde waarvoor muterende woningen verkocht worden.

Voor de 1/3e volledige (externe) taxaties is de leegwaarde per 31 december 2025 in overleg met de externe taxateur per complex bepaald. De leegwaarde van de 2/3e interne waarderingen is per woningcomplex in lijn met de aanpassingen in het 1/3e gedeelte aangepast. Hierbij is gebruik gemaakt van de leegwaarde-indicator van ValueMetrics. Hierdoor is elke leegwaarde per complex onderbouwd met passende en recente referentietransacties. De leegwaardestijging kent regionale verschillen, waardoor er vanaf het handboek 2025 is gerekend met generieke parameters voor de leegwaardestijging per COROP-regio. De leegwaarden zijn, indien daar aanleiding voor was, tijdens de waarderingsronde in overleg met de taxateur nog nader aangepast.

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt.

Met de opbouw uit het Handboek van de disconteringsvoet wordt niet altijd recht gedaan aan de risico's van de specifieke complexen. Daarom is gebruik gemaakt van de vrijheidsgraad om per complex een marktconforme disconteringsvoet te bepalen. Dit betreft een verfijning van de opslagen-methodiek voor de wooncomplexen. Door het verfijnen en toevoegen van een aantal opslagen kan meer differentiatie in de disconteringsvoet worden aangebracht. De disconteringsvoet van de parkeercomplexen wordt in onderling overleg met de taxateurs bepaald.

Voor het BOG is een soortelijke systematiek van toepassing als voor het wonen, maar wordt op een eenvoudigere manier toegepast. De disconteringsvoet voor het BOG wordt tijdens de taxatieronde door de taxateur vastgesteld.

De opzet voor de woningcomplexen bestaat uit drie soorten opslagen: vaste, dynamische en handmatige opslagen. Vaste opslagen zijn onafhankelijk van het gehanteerde waarderingsscenario. Dynamische opslagen zijn wel afhankelijk van het gehanteerde scenario. Handmatige opslagen ten slotte zijn opslagen die geen vaste oorzaak hebben en specifiek voor een complex gelden.

Mutatie- en verkoopkans

Het Handboek definieert een mutatie als "een vrijgekomen woning door een reguliere huuropzegging binnen het waarderingscomplex." De mutatiegraad wordt berekend door een aantal stappen te doorlopen. De eerste stap is het maken van een overzicht van alle werkelijke opzeggingen en verhuringen van de afgelopen 5 jaar. De uitkomst hiervan is de gemiddeld gerealiseerde mutatiegraad. Deze vormt het uitgangspunt voor de basismutatiegraad in zowel het exploitatiescenario als het uitpondscenario. De vervolgstappen hebben betrekking op onder andere aanpassingen van hoge of lage mutatiegraden, grote of kleine complexen en fluctuaties in de mutatiegraden.

In overleg met de taxateur is de mutatiekans van een complex aangepast indien de markt hiertoe aanleiding geeft.

Onderhoud

Het instandhoudingsonderhoud is volgens het Handboek "het onderhoud dat gedurende de 15-jarige DCF-periode nodig is om een verhuurbare eenheid in dezelfde technische en bouwkundige staat te houden, als waarin het zich op de waardepeildatum bevindt." Voor het bepalen van een marktconforme onderhoudsnorm is per complex bepaald welk vastgoedtaxatiewijzer ('VTW')-type van toepassing is. Voor elk VTW-type is bepaald wat de marktconforme onderhoudskosten zijn.

Bij de BOG/MOG-taxaties zijn in overleg met de taxateur in bepaalde gevallen afwijkende onderhoudsbedragen voor complexen opgenomen, omdat de standaard marktconforme onderhoudsbedragen niet in alle gevallen volstaan.

Technische splitsingskosten

Van deze vrijheidsgraad is geen gebruik gemaakt.

Bijzondere omstandigheden

Volgens het Handboek kunnen bijzondere uitgangspunten van toepassing zijn. Hierbij valt te denken aan langere of kortere leegstand of het effect van beklemmingsafspraken met bijvoorbeeld gemeenten. Van deze vrijheidsgraad is gebruik gemaakt bij de waarderingen van de BOG/MOG complexen in het geval van de wederverhuurtijd, leegstand en huurkortingen.

Erfpacht

Er is geen sprake van erfpacht.

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het sociaal en commercieel vastgoed zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is ten aanzien van woningen gewaardeerd volgens de DCF-methode, de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

(bedragen x € 1.000,-)
Parameters gevoeligheidanalyse Gehanteerd in
reele waarde
Stel mogelijke
afwijking
Effect op reële waarde
      In € r.w. In % r.w.
Prijsinflatie 3,2% -0,5% -366 -0,01%
Leegwaardestijging 2,0% -0,5% 0 0,00%
Disconteringsvoet 7,9% -0,5% 155.531 5,10%
Disconteringsvoet 7,9% 0,5% -105.956 -3,47%
Het effect op de reële waarde is berekend per afzonderlijke afwijking (overige parameters blijven gelijk). Bij de disconteringsvoet zoals gehanteerd in de gevoeligheidsanalyse gaat het enkel om de 'sectorspecifieke opslag' van de disconteringsvoet.

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:
(bedragen x € 1.000,-)
  2025 2024
Eengezinswoningen 1.327.521 1.252.600
Meergezinswoningen 753.980 679.928
Studenteneenheden 44.827 21.490
Bedrijfsmatig onroerend goed (1) 2.018 2.517
Maatschappelijk onroerend goed (1) 4.048 3.807
Zorgvastgoed (intramuraal) (1) 23.492 22.651
Parkeervoorzieningen (1) 10.895 10.900
Totaal 2.166.782 1.993.893
Marktwaarde in verhuurde staat van DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie 3.052.222 2.906.781
Maatschappelijke bestemming 885.440 912.888
Uitgangspunten beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van WoonFriesland en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van WoonFriesland.
In hoofdstuk 3 van het jaarverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen.

Er is sprake van de volgende uitgangspunten:

1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
2. Uitgaan van een looptijd van 60 jaar, zonder eindwaarde.
3. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de corporatie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. WoonFriesland hanteert in haar huurbeleid een streefhuur van 68% (of 75% bij energielabel A of hoger) van de maximaal redelijke huur. Voor studenteneenheden geldt een streefhuurpercentage van 90% van de maximaal redelijke huur.
4. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van WoonFriesland en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. WoonFriesland hanteert hierbij de volgende uitgangspunten ten opzichte van de marktwaarde:
• Inrekenen van complexspecifiek planmatig onderhoud per jaar;
• Dagelijks onderhoud is onderdeel van de onderhoudsbegroting;
• Achterstallig onderhoud is ingerekend voor zover het een verplichting betreft, waaronder de uitfasering van E-, F- en G-labels
5. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van WoonFriesland en zoals deze worden opgenomen onder de ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en 'Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening.
6. Inrekening van de sociale disconteringsvoet in plaats van de marktdisconteringsvoet.

De beleidswaarde van BOG/MOG/ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

  2025 2024
Streefhuur woningen energielabel A of hoger (..% van de maximaal redelijke huur) 75% 75%
Streefhuur woningen energielabel B of lager (..% van de maximaal redelijke huur) 68% 68%
Streefhuur studenteneenheden (..% van de maximaal redelijke huur) 90% 90%
Gemiddelde onderhoudslasten eengezinswoning  € 3.398   € 3.222 
Gemiddelde onderhoudslasten meergezinswoning  € 3.334   € 3.222 
Gemiddelde onderhoudslasten studenteneenheden  € 1.437   € 1.289 
Gemiddelde beheerslasten eengezinswoning  € 934   € 939 
Gemiddelde beheerslasten meergezinswoning  € 934   € 939 
Gemiddelde beheerslasten studenteneenheden  € 373   € 376 
DAEB disconteringsvoet 4,22% 4,17%
Niet-DAEB disconteringsvoet 4,76% 4,70%
 
Parameters gevoeligheidanalyse Gehanteerd in beleidswaarde Stel mogelijke afwijking x € 1.000 In % van de beleidswaarde
    % %
Disconteringsvoet 4,22% -0,50% 247.934 11,44%
Disconteringsvoet 4,22% 0,50% -210.280 -9,70%
Streefhuur per maand 68,7% MRH* -5,00% -226.313 -10,44%
Gemiddelde onderhoudslasten wooneenheden € 3.366  5,00% -130.207 -6,01%
Beheerslasten € 934  5,00% -36.214 -1,67%
WOZ-informatie

De WOZ-waarde 2025 (peildatum 1-1-2024) bedraagt ultimo 2025 € 3,83 miljard (2024 (peildatum 1-1-2023): € 3,61 miljard).

Zekerheden en beperkingen

Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. WoonFriesland heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa.

Overige vastgoedbeleggingen

(bedragen x € 1.000,-)
  Onroerende zaken verkocht
onder voorwaarden
Vastgoed in ontwikkeling
bestemd voor eigen exploitatie
 
  2025 2024 2025 2024  
   
Boekwaarde per 1 januari          
Verkrijgingsprijzen 11.280 11.894 12.693 39.321  
Cumulatieve herwaarderingen 5.548 4.939 0 0  
Cummulatieve waardeverminderingen 0 0 -11.386 -16.547  
Boekwaarde per 1 januari 16.828 16.833 1.307 22.774  
           
Mutaties          
           
Investeringen 0 0 55.850 35.582  
Afname door oplevering naar activa in exploitatie 0 0 -20.157 -45.360  
Mutatie onrendabele toppen boekjaar 0 0 -19.121 -11.830  
Overige mutaties 0 0 2.309 141  
Op/Af waardeveranderingen 563 609 0 0  
Herclassificatie naar vastgoed in exploitatie -244 -614 0 0  
Totaal mutaties 319 -5 18.881 -21.467  
           
Boekwaarde per 31 december          
Verkrijgingsprijzen 11.036 11.280 35.618 12.693  
Cumulatieve herwaarderingen 6.111 5.548 0 0  
Cummulatieve waardeverminderingen 0 0 -15.430 -11.386  
Boekwaarde per 31 december 17.147 16.828 20.188 1.307  
De terugkoopverplichting uit hoofde van woningen verkocht onder de Koopgarantregeling heeft betrekking op 103 woningen en 37 grondposities (De Econoom) (2024: 106 en 37). De woningen betreft 79 huurwoningen uit bestaand bezit (2024: 82) en 24 nieuwbouw koopwoningen (2024: 24). In 2025 zijn 3 woningen en 0 grondpositie teruggekocht, hiervan zijn 3 woningen en 0 grondpositie opgenomen in exploitatie en 0 woningen en 0 grondposities regulier verkocht.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Herclassificatie vastgoed verkocht onder voorwaarden

De post herclassificatie uit het verloopoverzicht betreft:

De in het boekjaar teruggekochte VOV-woningen die de bestemming hebben gekregen te worden doorverkocht zonder voorwaarden en ultimo boekjaar nog niet zijn verkocht; deze woningen zijn geherclassificeerd naar "Voorraden" tegen verkrijgingsprijs, zijnde de getaxeerde leegwaarde onder aftrek van de contractuele korting op moment van afwikkeling van de terugkoopverplichting; de woningen zijn onder de "Voorraden" opgenomen als vastgoed bestemd voor verkoop en worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere verwachte opbrengstwaarde.
De in het boekjaar teruggekochte VOV-woningen die in hetzelfde boekjaar zijn doorverkocht zonder voorwaarden; herclassificatie vindt plaats met als kostprijs van de verkoop de getaxeerde leegwaarde waarde onder aftrek van de contractuele korting op moment van afwikkeling van de terugkoopverplichting; de opbrengstwaarde minus de kostprijs van deze woningen is in het resultaat verantwoord onder de post Resultaat verkoop vastgoedportefeuille.
Indien een eerder onder voorwaarden verkochte onroerende zaak wordt teruggekocht ten behoeve van de eigen exploitatie, vindt herclassificatie plaats van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden naar onroerende zaken in exploitatie. De onroerende zaken in exploitatie worden gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van het handboek. Een eventuele waardevermeerdering of -vermindering van de boekwaarde van de onroerende zaken bij terugkoop wordt verantwoord in de winst-en-verliesrekening.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Grondposities

In deze post zijn geen strategische grondaankopen begrepen, met het oog op ontwikkeling van vastgoedprojecten en waarbij nog geen inzicht bestaat in de feitelijke projectontwikkeling.

2. Materiële vaste activa

(bedragen x € 1.000,-)
  Onroerende en roerende zaken
ten dienste van de exploitatie
  2025 2024
 
Boekwaarde per 1 januari    
Verkrijgingsprijzen 28.031 27.318
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen -22.337 -21.180
Totaal 5.694 6.138
     
Mutaties    
Investeringen 972 713
Desinvesteringen 0 0
Afschrijvingen -1.165 -1.157
Bijzondere waardeverminderingen 0 0
Totaal mutaties -193 -444
     
Boekwaarde per 31 december    
Verkrijgingsprijzen 28.911 28.031
Cumulatieve herwaarderingen -23.410 -22.337
Totaal 5.501 5.694
De investeringen betreffen grotendeels investeringen in automatisering. De WOZ-waarde van de bedrijfspanden bedraagt € 3,3 miljoen (peildatum 1-1-2025).

Afschrijvingen

De afschrijvingstermijnen en gevolgde systematiek luiden als volgt: de materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur rekening houdend met de restwaarde:

- De terreinen worden niet afgeschreven.
- De bedrijfsgebouwen over vijftig jaar.
- De overige materiële vaste activa over drie tot vijftien jaar.

3. Financiële vaste activa

(bedragen x € 1.000,-)
Latente belastingvorderingen 31-12-2025 31-12-2024
 
Latente belastingvorderingen 2.452 3.683
Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. Verder is sprake van fiscaal compensabele verliezen. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht:

Vastgoed in exploitatie

Ten aanzien van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. De marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2025 € 3.052 miljoen. De fiscale boekwaarde bedraagt ultimo 2025 € 1.989 miljoen. Ultimo 2024 is dit € 2.907 miljoen, respectievelijk € 1.953 miljoen.

WoonFriesland heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van de huidige fiscale bepalingen zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige fiscale boekwaarde en zal er geen fiscale afwikkeling volgen in de vorm van fiscale afwaardering van de complexen. Dit betekent dat het einde van de levensduur 'doorrolt' en dat bij waardering tegen contante waarde sprake is van een 'nihil' waardering.

Bij een deel van het vastgoed komt de fiscale waarde boven de fiscale bodemwaarde (zijnde 100% van de WOZ-waarde) uit. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid tot fiscale afschrijvingen op woningen in exploitatie. In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingvordering tegen de contante waarde verantwoord, voor de woningen waarvan de fiscale waarde hoger is dan de commerciële waarde. De looptijd van deze latentie betreft 10 jaar.

Projecten in ontwikkeling

Bij projectontwikkeling kan de fiscale waardering afwijken van de commerciële waardering. Voor het waarderingsverschil is in de jaarrekening een actieve latentie gevormd. Deze latente belastingvordering is tegen de contante waarde verantwoord met een looptijd van twee jaar.

Verkoop woningen onder VOV

Hierbij is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. Een gedeelte van de fiscale boekwaarde wordt afgewikkeld en een gedeelte van de boekwaarde in de vorm van een winstrecht wikkelt pas na terugkoop af. Voor dit tijdelijk verschil is sprake van een actieve belastinglatentie. Aangezien het moment van terugkoop en daarmee het moment van afwikkeling van de latentie op voorhand niet vast staat en een lange termijn kan zijn, is deze latentie tegen de contante waarde opgenomen. De looptijd van deze latentie betreft 21,25 jaar.

Leningen en derivaten

In de jaarrekening is voor de gewaardeerde derivaten (afgescheiden embedded derivaten of derivaten waarbij geen kostprijs hedge-accounting is toegepast) en de leningenportefeuille een verschil tussen de waardering die de fiscus toepast en de waardering als toegepast in de jaarrekening. Dit tijdelijk verschil zal op basis van de huidige ATAD-regeling naar verwachting niet tot afwikkeling komen omdat er niet voldoende toekomstige fiscale resultaten beschikbaar zijn om dit tijdelijk verschil te verrekenen. Om deze reden is er geen actieve belastinglatentie opgenomen.

Fiscaal verrekenbare verliezen

Er wordt een latente belastingvordering uit hoofde van fiscaal compensabele verliezen gevormd voor zover er voldoende sterke aanwijzingen zijn dat er in de toekomst voldoende fiscale winst beschikbaar zal zijn ter realisatie van de latente vordering. In de jaarrekening is hiervoor een latente belastingvordering tegen de contante waarde verantwoord.

Renteaftrekbeperking (ATAD)

Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De aftrekbeperking ziet toe op het meerdere van 24,5% (2024: 20%) van de fiscale EBITDA met een ondergrens van € 1 miljoen (ATAD-norm). Indien in toekomstige jaren de rente daalt onder de hiervoor genoemde ATAD-norm is de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog aftrekbaar. Hierdoor ontstaat een tijdelijk verschil. Voor het saldo niet aftrekbare rente ultimo 2025 is ingeschat dat deze redelijkerwijs niet binnen 10 jaar wordt verrekend. Om deze reden is er geen actieve belastinglatentie opgenomen. Ultimo 2025 bedraagt het saldo niet aftrekbare rente € 82,0 miljoen (2024: € 67,6 miljoen).

Bij de waardering op netto contante waarde vindt de discontering van de waarderingsverschillen plaats tegen een netto rente van 2,22% (2024: 2,07%). Dit percentage is afgeleid uit de voor WoonFriesland geldende rente voor langlopende leningen op 31 december 2025, onder aftrek van het toepasselijke VPB tarief in het jaar van afwikkeling. Bij de bepaling van het geldende belastingtarief is tevens rekening gehouden met de toekomstige VPB-tarieven.

Stand latente belastingvorderingen tot waardering gebracht

De latente belastingvorderingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst-en-verliesrekening zijn als volgt te specificeren:

(bedragen x € 1.000,-)
Latente belastingvorderingen  Balans 2025 Balans 2024 W&V 2025 W&V 2024
Fiscaal afschrijvingspotentieel 1.751 1.351 400 616
Vastgoed projecten en gronden 519 675 -156 -3.014
Leningen en derivaten 0 446 -446 -14
Niet toegestane voorzieningen 71 122 -51 5
Fiscale verrekenbare verliezen 0 1.089 -1.089 -1.945
Overige tijdelijke verschillen 111 0 111 318
Totaal 2.452 3.683 -1.231 -4.034
De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen, zijn gebaseerd op de volgende nominale waarderingsverschillen:
(bedragen x € 1.000,-)
Ultimo 2025 Jaarrekening Fiscaal Verschil Tegen 25,8% Latentie
Fiscaal afschrijvingspotentieel 0 7.563 7.563 1.951 1.751
Vastgoed projecten en gronden 2.080 4.122 2.042 527 519
Leningen en derivaten 805.254 808.424 3.170 818 0
Niet toegestane voorzieningen 439 0 -439 113 71
Fiscale verrekenbare verliezen 0 0 0 0 0
DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie 3.052.222 1.988.980 -1.063.242 -274.316 0
Overige tijdelijke verschillen 5.501 5.949 448 116 111
Totaal 3.865.496 2.815.038 -1.050.458 -270.791 2.452
(bedragen x € 1.000,-)
Ultimo 2024 Jaarrekening Fiscaal Verschil Tegen 25,8% Latentie
Fiscaal afschrijvingspotentieel 0 5.828 5.828 1.504 1.351
Vastgoed projecten en gronden 1.923 4.687 2.764 713 675
Leningen en derivaten 708.626 712.085 3.459 888 446
Niet toegestane voorzieningen 731 0 -731 189 122
Fiscale verrekenbare verliezen 0 4.640 4.640 1.197 1.089
DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2.906.781 2.015.144 -891.637 -230.042 0
Overige tijdelijke verschillen 0 0 0 0 0
Totaal 3.618.061 2.742.384 -875.677 -225.551 3.683
(bedragen x € 1.000,-)
Leningen u/g 31-12-2025 31-12-2024
 
Fietsplan personeel 7 8
(bedragen x € 1.000,-)
Fietsplan personeel 2025 2024
 
Stand per 1 januari 8 2
Bij 2 8
Af -3 -2
Stand per 31 december 7 8
Medewerkers van WoonFriesland kunnen deelnemen aan een Fietsplan conform de CAO en passend binnen de fiscale regelgeving. De door de medewerkers aangeschafte fiets wordt door WoonFriesland voorgefinancierd. Betaling van
aflossing vindt plaats via het maandelijkse salaris.

Vlottende activa

4. Voorraden

(bedragen x € 1.000,-)
Overige voorraden 31-12-2025 31-12-2024
 
Voorraad zonnepanelen 0 64

5. Vorderingen

(bedragen x € 1.000,-)
Huurdebiteuren 31-12-2025 31-12-2024
 
t/m 3 maanden 281 260
> 3 maanden 916 962
Vertrokken bewoners 719 691
  1.916 1.913
Voorziening dubieuze debiteuren -1.074 -1.049
  842 864
(bedragen x € 1.000,-)
Voorziening dubieuze huurdebiteuren 2025 2024
 
Stand per 1 januari 1.049 1.163
Dotatie 695 827
Onttrekking -670 -941
Stand per 31 december 1.074 1.049
(bedragen x € 1.000,-)
Belastingen en premies sociale verzekeringen 31-12-2025 31-12-2024
 
Te vorderen vennootschapsbelasting 2.521 1.599
(bedragen x € 1.000,-)
Overige vorderingen 31-12-2025 31-12-2024
 
Overige debiteuren 641 51
Vorderingen van verzekering i.v.m. schades 0 219
Totaal 641 270
De overige vorderingen hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
(bedragen x € 1.000,-)
Overlopende activa 31-12-2025 31-12-2024
 
Overige (m.n. vooruitbetaalde bedragen/vooruitontvangen facturen) 1.291 1.230
Te verrekenen service- en stookkosten met huurders 152 1.096
Totaal 1.443 2.326
De overlopende activa hebben een looptijd korter dan 1 jaar.

6. Liquide middelen

(bedragen x € 1.000,-)
  31-12-2025 31-12-2024
 
Rekening-courant bank 12.482 9.565
Een bedrag van duizend euro staat niet ter vrije beschikking.

PASSIVA

7. Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve
Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt.
(bedragen x € 1.000,-)
  2025 2024
Stand per 1 januari 1.534.777 1.310.445
Realisatie door verkoop 0 -174
Realisatie door sloop -992 -2.076
Ongerealiseerde herwaardering boekjaar 98.467 226.582
Overige mutaties 0 0
Stand per 31 december 1.632.252 1.534.777
De herwaarderingsreserve bedraagt voor het vastgoed in exploitatie € 1.626.141 duizend (2024: € 1.529.229 duizend) en voor de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden € 6.111 duizend (2024: € 5.548 duizend ). De herwaarderingsresverve vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de historische kostprijs (zijnde de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering). Voor de realiseerbaarheid van de waarde van de onroerende zaken in exploitatie en het hiermee samenhangende deel van de herwaarderingsreserve verwijzen wij naar het 'Bestuursverslag'.
Overige reserves
Het verloop van de overige reserves is als volgt.
(bedragen x € 1.000,-)
  2025 2024
Stand per 1 januari 362.474 575.943
Resultaatbestemming voorgaand boekjaar 195.536 10.863
Mutatie herwaarderingsreserve -97.475 -224.332
Stand per 31 december 460.535 362.474

Bestemming van het resultaat

Het bestuur stelt aan de raad van commissarissen voor het resultaat over het boekjaar € 139.259 duizend toe te voegen aan de overige reserves.

8. Voorzieningen

(bedragen x € 1.000,-)
Voorzieningen voor onrendabele investeringen en herstructureringen 31-12-2025 31-12-2024
 
Onrendabele investeringen vastgoed in ontwikkeling 29.920 51.750
Onrendabele investeringen vastgoed in exploitatie 3.299 5.245
Totaal 33.219 56.995
(bedragen x € 1.000,-)
Onrendabele investeringen en herstructureringen vastgoed in
ontwikkeling
2025 2024
 
Stand per 1 januari 51.750 10.184
Dotatie 10.956 56.888
Onttrekking -19.121 -11.830
Vrijval -13.665 -3.492
Stand per 31 december 29.920 51.750
De voorziening heeft voor een bedrag van € 22,5 miljoen een langlopend karakter en voor het overige deel een kortlopend karakter.
(bedragen x € 1.000,-)
Onrendabele investeringen en herstructureringen vastgoed in
exploitatie
2025 2024
 
Stand per 1 januari 5.245 4.246
Dotatie 4.959 5.245
Onttrekking -6.905 -4.246
Stand per 31 december 3.299 5.245
De voorziening heeft een kortlopend karakter.
(bedragen x € 1.000,-)
Overige voorzieningen 31-12-2025 31-12-2024
 
Voorziening jubileumuitkering 439 407
Voorziening V&E-meters 0 336
Totaal 439 743
(bedragen x € 1.000,-)
Overige voorzieningen Stand per 1 januari 2025 Dotatie Onttrekking Stand per 31 december 2025
     
Voorziening jubileumuitkering 407 89 -57 439
Voorziening V&E-meters 336 0 -336 0
Stand per 31 december 743 89 -393 439

9. Langlopende schulden

(bedragen x € 1.000,-)
  31-12-2025 Waarvan langer
dan vijf jaar
31-12-2024 Waarvan langer
dan vijf jaar
 
Schulden aan overheid 171 87 190 108
Schulden aan banken 803.503 738.597 758.634 708.292
Verplichtingen uit hoofde van onroerende
zaken verkocht onder voorwaarden
15.067 15.067 14.904 14.904
Overige schulden 130 0 136 0
  818.871 753.751 773.864 723.304
(bedragen x € 1.000,-)
  31-12-2025 Aflossings-
verplichting
2026
Resterende
looptijd > 1 jaar
en <= jaar 5
jaar
Resterende
looptijd > 5 jaar
 
Schulden aan overheid 190 19 84 87
Schulden aan banken 805.134 1.631 64.906 738.597
Verplichtingen uit hoofde van onroerende
zaken verkocht onder voorwaarden
15.067 0 0 15.067
Overige schulden 130 0 0 0
  820.521 1.650 64.990 753.751
Voor verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden is niet bekend wanneer de schuld afloopt en zijn derhalve geheel geclassificeerd als 'langer dan vijf jaar'.
(bedragen x € 1.000,-)
  2025 2024
 
Schulden aan overheid    
Stand per 1 januari 1.092 2.540
Aflossing -902 -1.448
Stand per 31 december  190 1.092
Aflossingsverplichting komend boekjaar -19 -902
Langlopend deel per 31 december 171 190
Schulden aan banken
(bedragen x € 1.000,-)
  31-12-2025 31-12-2024
 
Schulden aan banken    
Stand per 1 januari 760.765 707.015
Terugplaatsing roll-overs -6.000 -4.000
Nieuwe leningen 65.000 98.000
Aflossing huidige boekjaar -14.631 -40.250
Stand per 31 december 805.134 760.765
Aflossing komend boekjaar -1.631 -2.131
Langlopend deel per 31 december 803.503 758.634
De marktwaarde van de leningen bedraagt ultimo 2025 € 737 miljoen ( 2024 € 763 miljoen). De marktwaarde is door het management bepaald middels inzet van een treasury specialist op basis van de rentecurve waarbij gerekend is met een kredietopslag. Van de schulden aan overheid en banken is € 798 miljoen (2024 € 754 miljoen) geborgd door het WSW. De leningen worden afgelost op basis van annuïtaire dan wel een fixe systeem. Terugplaatsen roll-over houdt in dat als het banksaldo te hoog is, wordt de roll-over lening verlaagt middels een terugplaatsing. Opname roll-over houdt in dat als het banksaldo te laag wordt, dan wordt (een deel van) de variabele lening teruggnomen waardoor het leningensaldo verhoogd wordt.

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

(bedragen x € 1.000,-)
  31-12-2025 31-12-2024
 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder
voorwaarden
15.067 14.904
(bedragen x € 1.000,-)
  31-12-2025 31-12-2024
 
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht 10.614 11.228
Verminderingen / vermeerderingen na overdracht 4.290 3.866
Stand per 1 januari 14.904 15.094
     
Mutaties    
Herclassificatie naar exploitatie -244 -614
Afwaarderingen -101 -186
Opwaarderingen 508 610
Totaal Mutaties 163 -190
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht 10.370 10.614
Verminderingen / vermeerderingen na overdracht 4.697 4.290
Stand per 31 december 15.067 14.904
(bedragen x € 1.000,-)
Overige schulden 31-12-2025 31-12-2024
 
Waarborgsommen 130 136

10. Kortlopende schulden

(bedragen x € 1.000,-)
Aflossingsverplichtingen langlopende schulden 31-12-2025 31-12-2024
 
Schulden aan overheid 19 902
Schulden aan banken 1.631 2.131
Totaal 1.650 3.033
(bedragen x € 1.000,-)
Schulden aan leveranciers 31-12-2025 31-12-2024
 
Crediteuren 1.416 829
(bedragen x € 1.000,-)
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 31-12-2025 31-12-2024
 
Omzetbelasting 6.880 3.067
Loonheffing 799 788
Schulden terzake van pensioen 191 0
PAWW premie 1 1
Totaal 7.871 3.856
(bedragen x € 1.000,-)
Overige schulden 31-12-2025 31-12-2024
 
Nog te ontvangen facturen 2.771 2.745
Totaal 2.771 2.745
(bedragen x € 1.000,-)
Overlopende passiva 31-12-2025 31-12-2024
 
Niet vervallen rente leningen o/g 10.989 9.864
Niet vervallen rente renteswaps 367 301
Vooruitontvangen bedragen 1.589 15
Vooruitontvangen huren 1.741 1.749
Te verrekenen service-en stookkosten met huurders 1.848 1.573
Reserende verlofdagen 629 635
Totaal 17.163 14.137
De vooruitontvangen bedragen ad € 1.589k betreft de vooruitonvangen MEER-subsidie (Meerjarige Experimenten Effectieve Renovatiestromen) welke is toegekend door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Financiële instrumenten

Algemeen

WoonFriesland maakt gebruik van derivaten om het rente- en kasstroomrisico af te dekken. Voor de verwerking, waardering en resultaatbepaling, past WoonFriesland met betrekking tot deze derivaten (hedge- instrumenten)
kostprijshedge-accounting toe. De marktwaarde van de derivaten is per 31-12-2025 € 1,5 miljoen negatief (31-12-2024 € 2,3 miljoen negatief).

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico's

In het treasurystatuut van WoonFriesland staan de kaders benoemd omtrent het beheersen van risico's. De financiële instrumenten voldoen aan deze kaders.

Hedge strategie
De hedge-strategie is het risico van wijzigingen in de rente afdekken met derivaten. WoonFriesland speculeert niet met derivaten.

Type hedge
Kostprijshedge-accounting op basis van individuele leningen. Kostprijshedge-accounting wordt toegepast op basis van de aansluiting van de kritische kenmerken van de instrumenten met de financieringen. Deze kenmerken zijn terug te vinden in de originele contracten.

Afgedekte positie
WoonFriesland dekt de variabiliteit in kasstromen voortvloeiende uit toekomstige rentebetalingen gerelateerd aan huidige leningen af. Hierbij worden de kasstromen van de rentebetalingen van de afgesloten leningen afgedekt.

Accounting
Het hedging-instrument en de hedged items onderliggend aan de af te dekken rentebetalingen worden tegen kostprijs op de balans opgenomen en gewaardeerd. Hedge-ineffectiviteit wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Algemeen
De belangrijkste financiële risico's waaraan WoonFriesland onderhevig is zijn het kredietrisico, liquiditeitsrisico en het renterisico.

Kredietrisico

Het gaat hierbij om het risico dat financiële instellingen niet aan hun contractuele verplichtingen kunnen voldoen. Door het spreiden van transacties over verschillende financiële instellingen wordt getracht dit risico te beperken. Verder dienen de financiële instellingen te voldoen aan kredietwaardigheidseisen (rating).

Voor WoonFriesland is het kredietrisico inzake debiteuren relatief beperkt daar het overgrote deel van de huren maandelijks vooruit worden ontvangen.

Liquiditeitsrisico

Het gaat hierbij om het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om aan de directe verplichtingen te kunnen voldoen. Dit geldt voor alle verplichtingen van WoonFriesland en haar tegenpartijen, ongeacht of dit nu crediteuren of financiële instellingen zijn. WoonFriesland heeft op verschillende manieren gewaarborgd dat zij aan haar verplichtingen kan voldoen (zoals bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een kredietfaciliteit van € 5 miljoen (2024: € 5 miljoen) en het niet volledig opnemen van roll-over leningen.

Het risico dat toekomstige kasstromen verbonden aan een monetair financieel instrument in omvang fluctueren is beperkt, aangezien de langlopende vorderingen en schulden voor het grootste deel vastrentend zijn.

Valutarisico

WoonFriesland loopt geen valutarisico. Zij is alleen werkzaam in Nederland waardoor alle inkomende en uitgaande kasstromen in euro's zijn.

Renterisico

WoonFriesland loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt de woningcorporatie risico ten aanzien van toekomstige kasstromen.

Voor vastrentende langlopende leningen loopt WoonFriesland het risico dat de reële waarde van de leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. prijsrisico). Voor deze schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

Voor schulden met variabele renteafspraken of renteconversie momenten (in het bijzonder variabele, roll-over en basisrente leningen) loopt WoonFriesland risico ten aanzien van toekomstige kasstromen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. kasstroomrisico). Voor het overgrote deel van schulden met variabele renteafspraken wordt het kasstroomrisico afgedekt door in geval van een significante verwachte stijging respectievelijk daling van de marktrente, renteswapcontracten af te sluiten waarbij de variabele rente wordt geruild voor een vaste rente. Verwezen wordt verder naar paragraaf 'Hedges' van dit hoofdstuk.

Renteprijsrisico's schulden aan overheid en banken

Ter beoordeling van het renteprijsrisico dat WoonFriesland loopt, zijn de leningen in onderstaand overzicht ingedeeld in groepen van overeenkomstige contractueel overeengekomen rentepercentages en looptijden:

2025 Renteklassen (vastrentende leningen)

Alle bedragen x €1.000,-
Restant looptijd 0% - 1% 1% - 2% 2% - 3% 3% - 4% 4% - 5% 5% -7% Eindtotaal Gemiddelde gewogen
Effectieve rente
 
1 - 5 jaar 0 0 0 0 516 346 862 5,04%  
6 - 10 jaar 0 5.500 190 54.000 2.745 799 63.234 3,13%  
11 - 15 jaar 40.000 14.000 21.630 0 39.408 0 115.038 2,58%  
16 - 20 jaar 0 6.000 0 79.882 20.704 0 106.586 3,65%  
> 20 jaar 75.000 82.500 45.000 91.000 91.103 0 384.603 2,69%  
Eindtotaal 115.000 108.000 66.820 224.882 154.476 1.145 670.323 2,87%  
De effectieve rentevoet van de schulden aan overheid en banken bedraagt gemiddeld 2,87%.

2024 Renteklassen (vastrentende leningen)

Alle bedragen x €1.000,-
Restant looptijd 0% - 1% 1% - 2% 2% - 3% 3% - 4% 4% - 5% 5% -7% Eindtotaal Gemiddelde gewogen
Effectieve rente
 
1 - 5 jaar 0 0 883 569 925 506 2.883 4,06%  
6 - 10 jaar 0 5.500 0 54.000 3.198 900 63.598 3,15%  
11 - 15 jaar 40.000 14.000 18.709 3.391 39.472 0 115.572 2,59%  
16 - 20 jaar 0 6.000 0 60.919 20.000 0 86.919 3,71%  
> 20 jaar 87.500 82.500 20.000 70.000 91.886 0 351.886 2,54%  
Eindtotaal 127.500 108.000 39.592 188.879 155.481 1.406 620.858 2,78%  
                 
De effectieve rentevoet van de schulden aan overheid en banken bedraagt gemiddeld 2,78%.

Rentekasstroomrisico's schulden aan overheid en banken

De contractuele renteherzieningsdata of aflossingsdata indien laatstgenoemde eerder liggen en de effectieve rentevoet van de zowel in de balans als niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van de groep waarover rentekasstroomrisico wordt gelopen, luiden als volgt:

2025 (variabel rentende leningen)

Alle bedragen x € 1000,-
Financiële vaste activa   <= 1 jaar 2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar > 5 jaar Eindtotaal Gemiddelde gewogen
Effectieve rente
                   
Bank    12.482   -   -   -   -   -   12.482  0,00%
Totaal Financiële passiva    12.482   -   -   -   -   -   12.482  0,00%
Schulden aan overheid    -   -   -   -   -   -   -  0,00%
Schulden aan banken    20.000   20.000   -   -   -   95.000   135.000  2,93%
Bruto positie    32.482   20.000   -   -   -   95.000   147.482  2,93%
Renteswap (variabel naar vast)    20.000   20.000   -   -   -   -   40.000  4,52%
Netto positie    12.482   -   -   -   -   95.000   107.482  3,26%

2024 (variabel rentende leningen)

Alle bedragen x € 1000,-
Financiële vaste activa   <= 1 jaar 2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar > 5 jaar Eindtotaal Gemiddelde gewogen
Effectieve rente
                   
Bank    9.564   -   -   -   -   -   9.564  0,00%
Totaal Financiële passiva    9.564   -   -   -   -   -   9.564  0,00%
Schulden aan overheid    -   -   -   -   -   -   -  0,00%
Schulden aan banken    -   20.000   20.000   -   -   101.000   141.000  3,26%
Bruto positie    9.564   20.000   20.000   -   -   101.000   150.564  3,26%
Renteswap (variabel naar vast)    -   20.000   20.000   -   -   -   40.000  4,52%
Netto positie    9.564   -   -   -   -   101.000   110.564  3,40%

Overige kasstroomrisico's schulden aan overheid en banken

Rentevoet en kasstroom risico schulden aan overheid en banken met resterende looptijden
Alle bedragen x € 1000,-
Soort 2025 % Gem. looptijd 2024 % Gem. looptijd
Vast 660.410 82% 22 608.557 80% 22
Roll-over 75.000 9% 6 81.000 10% 7
Basis 60.000 8% 33 60.000 8% 34
Annuiteit 9.915 1% 8 12.300 2% 9
Totaal  805.325  100%  18   761.857  100%  19 
Het gemiddelde rentepercentage langlopende schulden inclusief effect derivaten bedraagt per ultimo 2025: 2,99% (2024: 2,87%).
Het totaal van € 805.325 duizend. sluit aan met de volgende balansposten in de jaarrekening (bedragen x € 1.000):
Langlopende schulden  
Schulden aan overheid  171 
Schulden aan banken  803.503 
Kortlopende schulden  
Schulden aan overheid  20 
Schulden aan banken  1.631 
   805.325 
Het bedrag ad € 670.325 duizend opgenomen in de tabel '2025 Renteklassen (vastrentende leningen)' sluit aan met het totaaloverzicht met resterende looptijd leningen naar type. In dit laatste overzicht staat bij ‘Vast’ € 660.410 duizend. het verschil wordt veroorzaakt door de ‘Annuïteitenleningen’ ad € 9.915 duizend. De rente op de roll-overleningen is voor € 40 miljoen van de € 75 miljoen aan deze leningen afgedekt door renteswapcontracten. Dit betekent dat het renterisico voor WoonFriesland, afgezien van bij herfinanciering, zich hoofdzakelijk beperkt tot renteconversie bij basisrenteleningen en leningen met een variabele rente. De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt herzien binnen een jaar. De renteherzieningsdata van de variabel rentende lening en de renteswap(s) om deze variabele rente om te zetten naar vast, zijn afzonderlijk opgenomen. De andere financiële instrumenten zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.

Marktrisico

WoonFriesland beheerst het marktrisico door spreiding aan te brengen in de portefeuille en limieten te stellen.

Reële waarde

Voor vastrentende langlopende vorderingen en langlopende leningen loopt de stichting het risico dat de reële waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. reële waarderisico). Voor deze vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

Langlopende schulden

De reële waarde van de langlopende schulden is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente. De totale reële waarde van de langlopende schulden was voor 2025 € 737 miljoen (2024: € 763 miljoen).

Rente-instrumenten

WoonFriesland heeft per 31-12-2025 de beschikking over een tweetal payer swaps afgesloten voor een hoofdsom van € 40 miljoen per jaar in 2008 en 2009. De swaps hebben betrekking op een hoofdsom van respectievelijk € 20 miljoen en € 20 miljoen en kennen een te betalen vaste rente van respectievelijk 4,59% en 4,4585%. De reële waarde van de swaps per ultimo 2025 bedraagt circa € 1,5 miljoen negatief, waardering is nihil vanwege toepassing kostprijshedge-accounting.

Hedges

Algemene hedgestrategie
WoonFriesland voert een strategie om het risico op wijzigingen van toekomstige rentekasstromen uit hoofde van bestaande en zeer waarschijnlijk in de toekomst af te sluiten leningen af te dekken. Daartoe worden renteswapcontracten afgesloten. Met een renteswap ontvangt WoonFriesland een variabele rente van de tegenpartij en betaalt zij een vaste rente terug.

Hedge accounting

Op basis van de hiervoor genoemde hedgestrategie past WoonFriesland in de jaarverslaggeving hedge-accounting toe waarbij de waarderingsresultaten van de afgedekte posities (leningen) en het afdekkingsinstrument(renteswaps) gelijktijdig in de winst-en-verliesrekening worden verwerkt teneinde aldus de toegepaste risicoafdekking in de verslaggeving tot uitdrukking te brengen.

Effectiviteit hedge relatie

Hedge accounting wordt toegepast aangezien sprake is van een effectieve hedge-relatie. De kritische kenmerken (onder andere omvang en looptijd) van de hedge-instrumenten komen overeen met die van de afgedekte en nog af te dekken posities. Voor elke verslaggevingsperiode wordt de effectiviteit van de hedge relaties getest middels het vergelijken van de kritische kenmerken, die de waarde van de instrumenten het meest beïnvloeden. Indien ineffectiviteit wordt vastgesteld, wordt deze in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Renteswaps

Een payer swap is een rente-instrument met een waardeontwikkeling, afhankelijk van de renteontwikkeling kan dit resulteren in een positieve of een negatieve marktwaarde. Kort gezegd zal bij een stijgende rente de swap een positieve waarde krijgen en bij een dalende rente een negatieve waarde.

De belangrijkste modaliteiten van de afgesproken payer swaps zijn:

Hoofdsommen x € 1,-
             
Bank Hoofdsom Vaste rente Variabele rente Startdatum Einddatum Reële waarde
BNG BANK  20.000.000  4,5900% EUR 3M 01-12-2008 01-12-2027  -943.185 
RABOBANK  20.000.000  4,4585% EUR 3M 13-07-2009 13-07-2026  -574.131 
Totaal  40.000.000  4,5240%        -1.517.316 
Vanaf de startdatum zijn de betreffende swaps effectief gehedged gedurende de gehele periode door middel van gekoppelde leningen waarvan de kritische kenmerken overeenkomen met de swaps. Deze gekoppelde leningen zijn telkens vernieuwd na de aflosmomenten van deze leningen. Hieronder zijn de huidige in 2025 gekoppelde leningen opgenomen.
Betreffende de swap van de BNG Bank is de volgende lening gekoppeld:
Hoofdsommen x € 1,-
Bank Hoofdsom Vaste rente Variabele rente Startdatum Einddatum
BNG BANK  20.000.000  4,5900% EUR 3M +23,5bp 02-12-2024 01-12-2027
Totaal  20.000.000         
Betreffende de swap van de Rabobank is de volgende lening gekoppeld:
Hoofdsommen x € 1,-
Bank Hoofdsom Vaste rente Variabele rente Startdatum Einddatum
BNG BANK  20.000.000  4,4585% EUR 3M + 0,01bp 13-07-2023 13-07-2026
Totaal  20.000.000         

Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

WSW obligoverplichting

Leningen van toegelaten instellingen, die deelnemer zijn van het WSW worden door het WSW geborgd. Het WSW stelt zich borg jegens de geldgever voor de betaling van de leningsverplichtingen. Per 1 juli 2021 is de obligoregeling met WSW gewijzigd. De oude, eenmalige obligoverplichting van 3,85% van het geborgde schuldrestant wordt anders ingericht en vervangen. Dat gebeurt via een nieuwe jaarlijks gemaximeerde obligoheffing en een 'gecommitteerd obligo'. Het gecommitteerd obligo wordt zeker gesteld door middel van een door deelnemers af te sluiten obligolening.

Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Voor boekjaar 2025 bedroeg dit percentage 0,0269% resulterend in jaarlijkse obligoheffing van € 0,22 miljoen voor WoonFriesland.

Daarnaast zijn corporaties verplicht een obligolening af te sluiten. De obligolening is onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom waarop in beginsel geen aanspraak op wordt gedaan. Zolang er geen aanspraak op de obligolening wordt gedaan, betalen corporaties over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding aan de geldgever.

Deze obligolening is een door WSW geborgde variabele hoofdsomlening die de woningcorporatie aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van WSW. Jaarlijks stelt WSW de omvang van dit gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Met deze obligoregeling staan toegelaten instellingen als deelnemer van het WSW garant voor elkaar. Per 31 december 2025 heeft WoonFriesland een aangegane obligolening van € 20,9 miljoen (per 31 december 2024: € 18,6 miljoen) die niet is getrokken. Deze obligolening kan worden getrokken indien de borgstellingsreserve (risico- of garantievermogen) van het WSW niet voldoende is om op grond van aanspraken van geldgevers de betalingsverplichtingen van WSWdeelnemers over te nemen.

Lease-overeenkomsten

De toekomstige lease-verplichtingen van WoonFriesland betreffen de leasecontracten van de bedrijfsauto's en -bussen en bedragen € 2,88 miljoen (2024 € 1,85 miljoen) waarvan € 0,7 miljoen een looptijd betreft van korter dan 1 jaar en € 0,0 miljoen een looptijd langer dan 5 jaar betreft. In 2025 is een totaalbedrag van € 1,1 miljoen (2024 € 0,92 miljoen) aan leasebetalingen in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Tevens heeft WoonFriesland in 2021 als lessee een leasecontract afgesloten met Buurblok inzake het leasen van sociale huurwoningen. De toekomstige lease-verplichtingen hiervan bedragen € 0,77 miljoen (2024 € 0,89 miljoen) waarvan € 0,13 miljoen (2024 € 0,13 miljoen) een looptijd betreft van korter dan 1 jaar en € 0,08 miljoen (2024 € 0,22 miljoen) een looptijd langer dan 5 jaar betreft. In 2025 is een totaalbedrag van € 0,13 miljoen (2024 € 0,12 miljoen) aan leasebetalingen in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Niet-verwerkte activa en verplichtingen

Aangetrokken, nog niet opgenomen leningen

WoonFriesland heeft ultimo 2025 in totaal € 0 miljoen (2024: € 25 miljoen) aan leningen aangetrokken met een stortingsdatum na balansdatum voor investeringen en herfinancieringen.

Investeringsverplichtingen

Er is sprake van niet in de balans opgenomen investeringsverplichtingen voor nieuwbouw, verduurzaming van woningen en onderhoud voor een totaalbedrag van € 30,2 miljoen (2024: € 9,4 miljoen), zijnde het verschil tussen de afgesloten contracten en de per balansdatum uitgevoerde werkzaamheden. Eventueel uit de contracten voorvloeiende verliezen als gevolg van onrendabele investeringen zijn voorzien in de jaarrekening.

Terugkoopverplichtingen

De terugkoopverplichtingen uit hoofde van woningen verkocht onder de Koopgarant regeling zijn vermeld in de toelichting op de balans bij de post verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

Kredietfaciliteit

WoonFriesland beschikt over een krediet- en kasgeldfacliteit bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, bestaande uit een krediet in rekening-courant ad € 5 miljoen. Per ultimo 2025 is er nog € 5 miljoen ruimte op de kredietfaciliteit.