Spring naar inhoud

Financiën

Volkshuisvestelijke doelstellingen 

Ook in 2025 hebben we ons maximaal financieel uitgerekt voor onze bewoners om onze woningen betaalbaar en in goede staat te houden en onze woningvoorraad uit te breiden. Om dit te bereiken hebben we fors ingezet op het versneld verduurzamen van de woningen en het realiseren van nieuwbouwwoningen.

Er is sprake van een gezonde financiële exploitatie. Daarbij zullen we de komende jaren fors blijven inzetten op de verbetering van de duurzaamheid van ons bestaande bezit, het toevoegen van nieuwe woningen en het verbeteren van de leefbaarheid in buurten en wijken. Daarnaast hebben betaalbare huren en lage bedrijfslasten onze volle aandacht, waarbij de organisatie van een kwalitatief goed niveau is en blijft.

Financieel resultaat

Bedragen x € 1 miljoen

In onderstaande tabel wordt het financiële resultaat van 2025 vergeleken met de begroting uit 2025 en de jaarrekening van 2024.

  Jaarrekening 2025 Begroting 2025 Jaarrekening 2024
Resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 56.972 49.110 51.600
Resultaat verkoop vastgoedportefeuille 11 -45 389
Resultaat overige activiteiten 2.021 678 -1.235
Overige organisatiekosten -3.556 -4.061 -3.032
Leefbaarheid -2.818 -3.054 -2.574
Bedrijfsresultaat 52.630 42.628 45.148
Rente -22.285 -24.424 -21.146
Resultaat gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen 30.345 18.204 24.002
Niet-gerealiseerde waardeverandering 117.286 6.872 178.725
Belastingen -8.372 -8.285 -7.191
Resultaat volgens W&V-rekening 139.259 16.791 195.536

Resultaat 2025 ten opzichte van de begroting

Het resultaat gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen over 2025 is hoger dan begroot. Het verschil in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen van circa € 12,1 miljoen wordt in het volgend overzicht in beeld gebracht.

Bedragen x € 1 miljoen

  Bedrag Subtotaal
Meer resultaat wegens:    
Lagere onderhoudslasten  5,0   
Lagere rentelasten  2,1   
Hoger resultaat zonnepanelen  1,4   
Hogere huuropbrengsten  1,3   
Lagere lonen & salarissen  1,1   
Lagere obligoheffing WSW  0,9   
Overig  0,6   
     12,4 
Minder resultaat wegens:    
Lagere verkoopopbrengsten  -0,3   
     -0,3 
Per saldo hoger resultaat    12,1 

De belangrijkste posten van het verschil in resultaat 2025 t.o.v. van de begroting 2025 van per saldo € 12,1 miljoen zijn in 2025 de lagere onderhoudslasten (€ 5,0 miljoen), de lagere rentelasten (€ 2,1 miljoen) en de hogere huuropbrengsten (€ 1,3 miljoen). Ook het resultaat op zonnepanelen was hoger (€ 1,4 miljoen) doordat eind 2024 is besloten de zonnepanelen aan te schaffen in plaats van te leasen. Hierdoor zijn de lasten lager geworden.

Resultaat 2025 ten opzichte van de jaarrekening 2024

Uit onderstaande tabel blijkt dat het resultaat gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen over 2025 ten opzichte van de jaarrekening 2024 is gestegen met circa € 6,3 miljoen.

Bedragen x € 1 miljoen

  Bedrag Subtotaal
Meer resultaat wegens:    
Hogere huuropbrengsten  9,6   
Hoger resultaat zonnepanelen  3,3   
     12,9 
Minder resultaat wegens:    
Hogere onderhoudlasten  -4,0   
Hogere rentelasten  -1,1   
Hogere algemene kosten  -1,1   
Lagere verkoopopbrengsten  -0,4   
     -6,6 
Per saldo hoger resultaat    6,3 

De belangrijkste posten van het verschil in resultaat 2025 t.o.v. 2024 van per saldo € 6,3 miljoen zijn in 2025 de hogere huuropbrengsten (€ 9,6 miljoen), het hogere resultaat zonnepanelen (€ 3,3 miljoen). Dit effect wordt beperkt door hogere onderhoudslasten (€ 4,0 miljoen) en hogere rentelasten (€ 1,1 miljoen).

Analyse kasstromen

De mutatie in de liquide middelen bedraagt € 2,9 miljoen positief. De kasstromen uit de reguliere operatie bedragen € 25,8 miljoen positief. De investeringskasstromen komen uit op een negatief bedrag van € 66,5 miljoen. In 2025 is geen woning verkocht waardoor de ingaande kasstroom vanuit desinvesteringen beperkt is met € 1,6 miljoen (vooruit ontvangen investeringssubsidie). Dit sluit aan bij ons beleid om geen woningen te verkopen, tenzij.

Hier staan investeringen in nieuwbouw, kwaliteitsverbetering, aankopen, sloop en overige zaken van in totaal circa € 68,1 miljoen tegenover. Het financieringssaldo komt door het aantrekken van nieuwe leningen voor in totaal € 65 miljoen en het aflossen van € 21,4 miljoen uit op € 43,6 miljoen positief.

Beleidsmatige beschouwing over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde

WoonFriesland waardeert haar bezit op marktwaarde. De marktwaarde geeft het bedrag op de balansdatum weer waartegen het vastgoedbezit op de vrije markt kan worden vervreemd. De doelstelling van WoonFriesland is om te voorzien in goed en betaalbaar wonen. Daarnaast verkoopt WoonFriesland geen woningen. Dit betekent dat maar een zeer klein deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst gerealiseerd wordt.

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van WoonFriesland en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van ons vastgoed uitgaande van dit beleid. De marktwaarde steeg in 2025 met 5,0% van € 2,91 miljard eind 2024 naar € 3,05 miljard eind 2025, nagenoeg geheel door externe waardestijging waar WoonFriesland geen invloed op heeft, maar ook deels door de toevoeging van nieuwbouw. 

De beleidswaarde steeg in 2025 met 8,7% van € 1,99 miljard eind 2024 naar € 2,17 miljard eind 2025.

Eind 2025 is de gemiddelde onderhoudsnorm gestegen naar € 3.366 ten opzichte van € 3.222 vorig jaar. Belangrijkste oorzaak betreft de gestegen prijzen van arbeid en materialen ten opzichte van vorig jaar. De beheernorm is eind 2025 licht gedaald naar € 934 ten opzichte van € 939 vorig jaar. 

Verschil marktwaarde en beleidswaarde eind 2025

Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde per ultimo 2025 bedraagt € 0,88 miljard. Het effect op het eigen vermogen is ook € 0,88 miljard.

Analyse van de verschillen

Onderstaand worden de belangrijkste componenten die tot verschillen leiden tussen de marktwaarde en de beleidswaarde toegelicht.

Beschikbaarheid

Bij de bepaling van de marktwaarde wordt de hoogste uitkomst van de scenario's doorexploiteren en uitponden als marktwaarde gezien. In de meeste gevallen geeft het uitpondscenario de hoogste waarde. WoonFriesland heeft een verkoopstrategie waarbij geldt dat er geen woningen worden verkocht, tenzij. Bij de bepaling van de beleidswaarde wordt altijd het scenario van doorexploiteren in de berekening meegenomen. 

Betaalbaarheid

Bij het bepalen van de marktwaarde wordt bij mutatie de markthuur ingerekend, terwijl bij de beleidswaarde de streefhuur of lagere aanvangshuur wordt gebruikt. WoonFriesland hanteert een streefhuur van gemiddeld 68% van de maximale huur. Voor woningen met een energielabel van A of hoger bedraagt de streefhuur 75% van de maximale huur.

Onderhoud

Voor het bepalen van de onderhoudslasten voor de marktwaarde wordt het in de (commerciële) markt gebruikelijke onderhoud ingerekend. WoonFriesland heeft een hogere onderhoudsopgave ingerekend in de begroting. De gemiddelde ingerekend onderhoudsnorm bedraagt € 3.366 per vhe, terwijl voor de marktwaarde is gerekend met een norm van € 1.209 per vhe. Daarbij wordt voor de beleidswaarde gerekend met een horizon van 60 jaar, ten opzichte van 15 jaar met een eindwaarde bij de marktwaarde.

Beheer

Daarnaast zijn de beheerlasten van een belegger zo laag mogelijk, terwijl WoonFriesland ook andere taken uitvoert (bijvoorbeeld investeren in leefbaarheid). De gemiddelde ingerekende beheernorm bedraagt € 934 per vhe, terwijl voor de marktwaarde is gerekend met een norm van € 564 per vhe. WoonFriesland blijkt dus duurder dan een belegger, omdat WoonFriesland een maatschappelijke taak heeft.

Disconteringsvoet

Door de invoering van de nieuwe beleidswaardesystematiek wordt vanaf 2024 gerekend met een 'sociale' en generieke disconteringsvoet, welke in 2025 4,22% bedraagt (2024: 4,17%). Deze is fors lager dan de gemiddelde disconteringsvoet van 7,94% waarmee gerekend is in de marktwaardeberekening. Dit zorgt voor een forse ophoging van de beleidswaarde.

Financiële continuïteit en meerjarenperspectief

Voor de financiële continuïteit is het van belang dat WoonFriesland altijd aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Om de financiële continuïteit te waarborgen, toetst WoonFriesland de financiële positie aan een aantal belangrijke criteria. Dit zijn met name:

  • de LTV (Loan to Value)
  • ICR (Interest Coverage Ratio)
  • de solvabiliteit

Loan to Value

De Loan to Value geeft de verhouding weer van de leningenomvang ten opzichte van de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. WoonFriesland hanteert als norm een LTV-ratio van maximaal 60%. Deze is lager dan de norm van de Aw en het WSW, die maximaal 70% hanteren als norm. Er wordt strak gestuurd om dit maximum niet te overschrijden.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de Loan to Value en de leningen zich de komende jaren ontwikkelen. De Loan to Value voor 2025 is 37,1% (2024: 38,1%) en voldoet daarmee aan de norm. Zoals blijkt uit onderstaande tabel laat de LTV een stijgend beeld zien naar circa 47%.

  2025 2026 2027 2028 2029 2030
Beleidswaarde vastgoed 2.166.782 2.201.425 2.276.395 2.345.828 2.405.442 2.485.054
Leningenomvang 802.974 914.118 960.808 1.048.967 1.111.525 1.177.385
Loan to Value 37,1% 41,5% 42,2% 44,7% 46,2% 47,4%

ICR (Interest Coverage Ratio)

De ICR geeft aan in welke mate de rente betaald kan worden uit de (operationele) kasstromen uit de exploitatie. Het WSW/de Aw hanteert als norm een ICR van minimaal 1,4 waaraan WoonFriesland ultimo 2025 voldoet. WoonFriesland hanteert als interne norm 1,5 om een marge te houden ten opzichte van de kritische grens.

ICR ontwikkeling

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  realisatie en begroting norm wsw norm WoonFriesland
2025 2,18 1,40 1,50
2026 1,63 1,40 1,50
2027 1,73 1,40 1,50
2028 1,60 1,40 1,50
2029 1,59 1,40 1,50
2030 1,55 1,40 1,50

Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van de ICR. De ICR over 2025 (2,2) (2024: 1,8) is gerelateerd aan de gerealiseerde kasstromen in 2025. De ICR over 2026 en de jaren daarna is gebaseerd op de kasstromen van de meerjarenbegroting. Uit de grafiek blijkt dat we in 2025 voldoen aan de norm. Voor de komende jaren geldt dit ook, al komen we door maximaal volkshuisvestelijk te presteren wel in de buurt van deze norm.

Solvabiliteit

De solvabiliteit op basis van beleidswaarde per 31 december 2025 bedraagt 60,4% (2024: 58,0%). Dit is niet primair bepalend voor de investeringscapaciteit. Medebepalende factoren daarvoor zijn de toekomstige verplichtingen (kwaliteitsachterstand e.d.), kasstromen, rentedekkingsgraad (ICR) en aflossingscapaciteit. Op grond van de Woningwet beoordelen de Aw en het WSW jaarlijks op basis van een groot aantal factoren de financiële continuïteit van WoonFriesland. Deze wordt als positief beoordeeld.

Treasury

Treasurystatuut en jaarplan

De treasury-activiteiten zorgen ervoor dat de lange- en kortetermijn-financiëring van WoonFriesland geregeld is binnen aanvaardbare risicogrenzen en tegen zo laag mogelijke kosten. WoonFriesland heeft de werkwijze op het gebied van financieringen, beleggingen, rentemanagement en liquiditeitenbeheer vastgelegd in het Treasurystatuut en het Reglement Financieel Beleid en Beheer. De uitvoering van het Treasurybeleid en de financieringsstrategie wordt vastgelegd in het Treasuryjaarplan, waarbij de geldende regels vanuit de Woningwet worden toegepast.

Beleggingen

Het huidige beleid van WoonFriesland is erop gericht dat er geen beleggingsactiviteiten worden ontplooid, voor zover dit middelen betreft die voor een periode langer dan twee jaar aan de beschikbare liquiditeit worden onttrokken. WoonFriesland heeft ultimo 2025 geen beleggingen. Daarnaast is het wel mogelijk om gelden, anders dan als rekening-courant, uit te zetten in de vorm van deposito's met een looptijd korter dan twee jaar, terug te plaatsen op roll-overleningen en gelden uit te zetten op een spaarrekening bij een financiële instelling.

Financiering

Voor WoonFriesland is financierbaarheid een belangrijk criterium, waarop we voortdurend sturen. Zo zorgen wij ervoor op de korte termijn voldoende liquide middelen beschikbaar te hebben. Ook zijn we in staat om voor de lange termijn voldoende middelen te hebben om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen.

Wij financieren onze activiteiten op twee manieren. Enerzijds door eigen middelen in te zetten. Deze middelen komen beschikbaar uit de verhuur van het onroerend goed en zeer bescheiden verkopen. Anderzijds trekken we externe leningen aan. In dit laatste geval is het van belang dat we voldoen aan de normen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Het WSW beoordeelt de corporatie op basis van financial en business risks. Uit berekeningen blijkt dat wij voldoen aan alle financiële ratio's ten behoeve van de risicobeoordeling van het WSW. Net als voorgaande jaren heeft het WSW in 2025 een positief oordeel uitgesproken over de wijze waarop wij de financial en business risks beheersen en de risico's als laag gekwalificeerd.

Borgingsplafond

Onderdeel van het risicobeoordelingsmodel van het WSW is het borgingsplafond per deelnemer. Het borgingsplafond is het maximale bedrag dat een corporatie in het betreffende jaar aan geborgde leningen mag hebben. De omvang van het borgingsplafond stelt het WSW vast op basis van de financieringsbehoefte. Het WSW heeft op grond van de door haar uitgevoerde integrale beoordeling in juli 2025 een borgbaarheidsverklaring afgegeven voor 3 jaar.

Leningenportefeuille

De totale leningenomvang per ultimo 2025 bedraagt € 805 miljoen en bestaat voor € 798 miljoen uit leningen die door het WSW zijn geborgd. Voor het overige deel van € 7 miljoen staan gemeenten garant. Dit betreft met name oudere leningen.

De gemiddelde rente is als gevolg van de gestegen marktrente iets omhoog gegaan naar 2,99%. De duration (de gemiddelde gewogen rentetypische looptijd) van de leningenportefeuille (inclusief swaps) is per eind 2025 ruim 12 jaar. De verdeling van de leningenportefeuille naar type lening ziet er als volgt uit:

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Type Percentage
fixe 82,0%
roll-over 9,3%
annuitair 1,2%
basisrentelening 7,5%

Bedragen in €

  2025 2024
annuiteit  9.914.591  1,2%  12.299.854  1,6%
basis rente  60.000.000  7,5%  60.000.000  7,9%
fixe  660.409.941  82,0%  608.557.816  79,9%
roll-over  75.000.000  9,3%  81.000.000  10,6%
totaal  805.324.532  100%  761.857.669  100%

Derivaten

WoonFriesland heeft ultimo 2025 nog twee derivaatovereenkomsten met een totale hoofdsom van € 40 miljoen. Deze derivaten hebben een looptijd tot en met 2026 en 2027. Met betrekking tot de swaps en de onderliggende roll­-overleningen is sprake van een effectieve hedge, aangezien de kritische kenmerken van de swaps en de onderliggende roll-overleningen gelijk zijn aan elkaar.

De marktwaarde van de derivaten bedroeg ultimo 2025 € 1,5 miljoen negatief. In 2024 bedroeg dit nog € 2,3 miljoen negatief. Wij hebben geen derivaatovereenkomsten met zogeheten marktwaardeverrekeningen (margin calls). Op het moment dat de overeenkomsten aflopen, is de marktwaarde nihil. Er zijn geen derivaatovereenkomsten meer met toezichtbelemmerende bepalingen.